Tussen de regels door

07 nov 2016
1085 keer
Tussen de regels door Bron foto: Commons.wikimedia.org
Onlangs stuurde minister Hennis de antwoorden op de vragen van de Vaste Commissie voor Defensie inzake de Personeelsrapportage over de eerste helft van 2016 naar de Tweede Kamer. Een lijvig document van maar liefs 25 pagina’s. Ik heb de afgelopen jaren, mede via mijn weblogs,  geregeld mijn zorgen geuit over de ontwikkelingen op het gebied van het personeelsbestand van Defensie. Na het lezen van de antwoorden op de vragen van Kamerleden worden mijn zorgen allerminst weggenomen. Het gemak waarmee het personeelstekort van bijna 10% bij Defensie wordt onderbouwd is wat mij betreft stuitend te noemen. Ooit was het defensiepersoneel beloofd dat op 1 januari jl. de defensieorganisatie 100% gevuld zou zijn. Let wel 100% gevuld, nadat ruim 12.000 functies waren wegbezuinigd. Naar aanleiding van de vulling schrijft de minister: “Zo kan vanaf 2017 de vulling van eenheden verder worden verbeterd. Het streven is de ambitie van 100 procent in 2021 te realiseren”. Dus vijf jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was en dat terwijl de inzetdruk op Defensie alleen maar is toegenomen.

De minister schrijft verder: “De betaalbaarheid staat de laatste jaren onder druk, onder meer door de verhoging van de LOM-leeftijd. De defensieonderdelen hebben bewust de vulling verlaagd als tijdelijke maatregel om het personeelsbestand betaalbaar te houden”. Als dit het geval zou zijn waarom wenst de minister dan de UKW-leeftijd te verhogen? Mijn reactie zou dan zijn, "eruit met die ‘krasse knarren’ zoals ik". Dat biedt meteen weer perspectief voor de jonge militair. Echter, Defensie verdient ‘klauwen met geld’ met het ophogen van de LOM-leeftijd. Reken maar mee: er hoeft geen UKW te worden uitgekeerd, er hoeft geen strafheffing van 52% te worden betaald en ik blijf in dienst en hoef dus niet te worden afgelost. Ofwel, ruim twee jaarsalarissen worden per jaar verdiend voor ieder jaar dat een militair later met leeftijdsontslag gaat.

In de beleidsbrief “Defensie na de kredietcrisis” uit 2011, is een streefwaarde van 20 : 80 vastgesteld voor de verhouding tussen burger en militair personeel bij Defensie. In de personeelsrapportage is de streefwaarde veranderd in 23 : 77. Door het aanpassen van de streefwaarde zijn er 1600, in Nederland toch al schaarse, militaire functies verdampt. De minister geeft als antwoord dat de streefwaarde 20 : 80 is en blijft en dat zij verwacht dit streven op lange termijn te bereiken. Defensie is dus aan het ‘verburgerlijken’ en als dit ook nog eens wordt afgezet tegen een 10% ondervulling van het militaire bestand dan kan de conclusie niet anders zijn dat Defensie roofbouw pleegt op haar militairen. De vraag die ik graag beantwoord zou willen zien is: doet Defensie dit omdat jongeren niet meer geïnteresseerd zijn in het militaire beroep of gebeurt dit vanwege het feit dat Defensie tegen een faillissement aanhikt? Het antwoord op deze vraag is in de rapportage te vinden: “De defensieonderdelen hebben de vulling bewust verlaagd als tijdelijke maatregelen om het personeelsbestand betaalbaar te houden”. Niet alleen de bewuste ondervulling moet de personele exploitatie drukken: “Gedurende het uitvoeringsjaar kunnen maatregelen nodig zijn om binnen de kaders van het exploitatiebudget te blijven. Het schrappen van bijvoorbeeld activiteiten, opleidingen en het verminderen van dienstreizen zijn voorbeelden”. Gezien de klachten die ik afgelopen jaar heb ontvangen is hier ruim gebruik van gemaakt bij de verschillende defensieonderdelen.

Bij het lezen van deze antwoorden krijg ik geen warm gevoel. Met kunst en vliegwerk wordt Defensie overeind gehouden door (zware) offers van het personeel. Personeel dat steeds meer een haat-liefde verhouding lijkt te krijgen met de werkgever. Werving en behoud van (militair) personeel is en blijft dan ook voorlopig de achilleshiel van Defensie. Het (werkgevers)imago van Defensie speelt hierbij een belangrijke rol: dat blijft mede vanwege de financiële situatie onder zware (AOW-gat) druk staan. Ik lees tussen de regels door dat, hoe graag de minister het ook zou willen, goed werkgeverschap ondoenlijk is (met als gevolg het niet kunnen boeien en binden van personeel) als je tegen een faillissement aanhikt.

Reageren op deze weblog

KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04