Een maakbare wereld

19 mei 2020
244 keer
Een maakbare wereld
Afgelopen week stond minister Bijleveld voor de vierde keer in de Tweede Kamer om een nadere uitleg te geven over een succesvolle vernietiging van een IS-bommenfabriek. Bij het bombardement van de fabriek zijn helaas burgerslachtoffers gevallen. Hoeveel burgers en militairen er gered zijn met de succesvolle vernietiging zullen we nooit weten. Ik denk dat dit er meer zijn dan de te betreuren slachtoffer in Hawija. Echter, slachtoffers zijn niet uitwisselbaar en voor deze slachtoffers geldt dat een Nederlandse F16 de opdracht heeft uitgevoerd. En dat is nu net het verschil.

We lezen of zien bijna dagelijks de gruwelijke gevolgen van wereldwijde bomaanslagen, maar dat is niet ons ‘pakkie an’ want er zit geen Nederlands tintje aan. De minister beloofde beterschap en gaf aan dat zij het ook heel vervelend vond dat ze de informatie niet eerder aan de Kamer kon verstrekken. De motie van wantrouwen die werd ingediend werd gelukkig voor Defensie afgewezen. Een nieuwe minister en staatssecretaris, daar deze de minister meestal volgt, zou voor Defensievlak voor de verkiezingen hebben betekend dat het departement zo goed als stil zou komen te staan. Daar er nog veel moet gebeuren om onze krijgsmacht er weer bovenop te krijgen zou dit desastreus zijn geweest.

Het Hawija-debat is een goed voorbeeld van achteraf een koe in de kont kijken. De beslissing is op basis van de toen bekende beschikbare kennis en inlichtingen genomen.
Als de data niet correct is dan neemt men soms een verkeerd besluit. Dit geldt overigens voor ieder van tevoren bedacht plan. Op het moment dat er maar iets verandert moet er geïmproviseerd worden. Lukt dit niet dan is de uitkomst van het plan anders dan men van tevoren had ingeschat. Dit is voor iedereen herkenbaar. Als het echt fout gaat is het Murphy's law en anders ‘shit happens’. Uithuilen en opnieuw beginnen.

Voor ons stervelingen is uithuilen en opnieuw beginnen de normaalste zaak van de wereld. Ik krijg het gevoel dat dit niet van toepassing is op onze politiek. Het lijkt erop dat men in Den Haag denkt dat we in een maakbare wereld en/of samenleving leven. Alsof we alleen op de wereld zijn. Of het nu over corona of bijvoorbeeld onze pensioenen gaat, alles is maakbaar en we denken zo ieder risico te kunnen uitbannen.

Onlangs heeft de Vakcentrale voor Professionals (VCP) een brief naar minister Koolmees gestuurd waarin zij aangaf dat zij zich zorgen maken over de pensioenonderhandelingen. Ik kan me dat voorstellen. De spelregels voor onze pensioenfondsen worden door De Nederlandse Bank (DNB) bepaald, pensioen is uitgesteld loon. Een pensioenfonds beheert dit uitgestelde loon. Dus alleen mensen die pensioenpremies betalen hebben hier recht op. De DNB-spelregel is dat men 60 jaar vooruit dient te rekenen tegen een waardeloos rendement. Echter, hoeveel procent van de huidige ABP-deelnemers leven nog over 60 jaar als de gemiddelde leeftijd van de ambtenaar 48 jaar is. De DNB wil dus (schijn)zekerheid creëren voor jongeren die nu nog aan het leren/studeren zijn en nog nooit pensioenpremie hebben betaald. 60 jaar vooruitkijken kan echter niemand.
Het is ons niet eens gelukt om de grootste recessie 'ooit' te voorspellen. Een paar maanden geleden zei ons kabinet dat we ons geen zorgen hoefde te maken. ‘De economie kan een stootje coronavirus hebben’.

De maakbare wereld is dan ook schijnveiligheid. Kamerleden haalden opgelucht adem toen zij te horen kregen dat de 2400 IC-bedden tijdig beschikbaar zouden zijn. Gelukkig werd het coronavirus tijdig teruggedrongen door de genomen maatregelen en zijn we nooit in de buurt gekomen van de 2400 bedden. De computermodellen zaten er dus gelukkig naast en we komen er dus nooit achter of we tijdig klaar waren geweest. Dankzij de inspanning van velen waren we wel een eind gekomen mocht het nodig zijn geweest. Achteraf zou je kunnen zeggen allemaal weggegooid geld. Maar dat zal niemand doen daar iedereen maar wat blij was dat op basis van de bekende gegevens een plan tot uitvoering is gebracht.

Voor ons militairen en andere frontliniemedewerkers is het de normaalste zaak van de wereld dat men moet improviseren. Ons werk is maar tot bepaalde hoogte te plannen. Als de situatie erom vraagt gaan we improviseren en zorgen we dat we met onze ‘can do’ mentaliteit tot het best mogelijke resultaat te komen. Dit kan een resultaat zijn waarover in de maakbare wereld achteraf kan worden gediscussieerd of dit wel de juiste oplossing was gezien de situatie. De bekende kont van de koe. Een maakbare wereld zoals politieke beleidsmedewerkers en Kamerleden voorstaan, bestaat niet. Wij gewone stervelingen weten dit natuurlijk al lang en voor ons geldt dat wij ons iedere keer weer aanpassen om ons zo in de maakbare politieke wereld staande te kunnen houden.

https://www.kvmo.nl/images/templateopmaak/button_reageren.jpg






KVMO  |  Wassenaarseweg 2, 2596 CH Den Haag  |  070 - 383 95 04